woensdag 15 juni 2016

Doelgerichte inzet van ICT werkt wél

Tijdens de onderzoeksconferentie van Kennisnet en NRO vandaag in Amersfoort werden resultaten gepresenteerd van onderzoek dat gedaan is naar effectiviteit van ICT in het onderwijs. Een volle zaal onderwijsmensen die meer wilden weten over dit onderwerp.

De opzet van de conferentie was veel 'zitten&luisteren' met ondersteunende presentaties. Opvallend wanneer de hashtag ictwerkt is.

Een interessante vraag vond ik: "Hoe komen we tot versnelling?" Daaruit spreekt dat er een behoefte is om te versnellen. Interessant wanneer je de opbrengsten van de onderzoeken de revue laat passeren. Daaruit kun je de conclusie trekken dat:
1. heel veel nog niet bekend is;
2. scholen steeds meer en steeds moeilijkere vragen hebben;
3. specifieke groepen kinderen gebaat zijn bij specifieke ICT toepassingen;
4. het is leuk om met een tablet te werken, maar het maakt het vak niet per se leuker.

Dit zou eerder pleiten voor vertraging: met kleine stappen meters maken. De opbrengsten van ongerichte toepassingen van ICT zijn er niet of nauwelijks en gezien de tijdsinvestering aan de kant van de docent en de mogelijke onrust aan de kant van de leerlingen is de opbrengst mogelijk zelfs negatief.

Het doelgericht, en met mate, inzetten van ICT zou de voorkeur genieten. De afstemming tussen kind en educatief computerprogramma blijkt cruciaal in termen van opbrengsten. Kinderen met een geringe concentratieboog zijn gebaad bij educatief materiaal met bewegend beeld waardoor hyperfocus kan optreden: extreme concentratie. Kinderen met een verhoogde stressgevoeligheid hebben baat bij educatieve computerprogramma's met een vorm van verbale responsiviteit: het programma 'praat terug'. Door de tips en feedback die de leerlingen ontvangen krijgen zij een gevoel van structuur het biedt hen houvast.

Kinderen met concentratieproblemen laten werken met materiaal dat statisch is en reageert op acties van de gebruiker kan averechts werken zou mijn hypothese zijn. Evenzo als stressgevoelige kinderen mogelijk last hebben van digitale onderwijstoepassingen die geen feedback geven op het proces waardoor zij zich de vraag zouden kunnen stellen: "Doe ik het wel goed?".

De situatie op (VO) scholen is momenteel dat klassen als homogene groepen leerlingen worden gezien waarbij er een digitale methode klassikale wordt ingezet. De ervaring is dat dit lang niet altijd even goed werkt. Gezien het bovenstaande geen vreemde reactie.

Er werden tijdens de conferentie ook andere inzichten gedeeld, die, gelukkig, eerder om vertraging dan om versnelling vroegen. Dit zijn er een paar:
- Maak weloverwogen keuzes voor didactief gebruik van ICT in de klas.
- Experimenteer met ICT en neem daar de tijd voor.
- Zorg voor inbedding van ICT in de onderwijsomgeving.

En goed onderwijs kan (nog steeds) ook heel goed gerealiseerd worden zónder inzet van ICT. Denk daarbij aan uitdagend onderwijs met als drijfveer 'actief leren' in plaats van 'directe instructie'. De docent bepaalt in overgrote mate het leerrendement van de leerlingen door de keuzes die hij of zij maakt. Daar zou meer aandacht voor moeten zijn: de keuzes die je als docent kunt maken om leerlingen zoveel mogelijk op maat te bedienen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen